Rotterdam maakt zijn reputatie als dynamische stad de laatste jaren opeens weer waar. En dan heb ik het niet over de transformatie tot een toeristische stad waar geflaneerd en gefietst wordt, maar over de hardcore autostad die het nog altijd is. Want de Ruit rond Rotterdam, die zo lang in beton gegoten leek, is na driekwart eeuw opnieuw in beweging gekomen.
De Ruit gaat terug tot het einde van de Tweede Wereldoorlog, toen Cornelis van Traa onder druk van de havenbaronnen de leiding kreeg over de Afdeling Stadsontwikkeling. Hij nam afscheid van Witteveens plannen voor een concentrische stad omdat die onvoldoende flexibel en dynamisch waren. Diens cirkel met radialen verving hij door een grid van wegen op afstand van de stad en daarmee maakte hij het verkeerssysteem los van de stad, zo lees ik in het onvolprezen boek van Michelle Provoost: Asfalt – AutoMobiliteit in de Rotterdamse stedebouw.
De bijna veertig kilometer lange Ruit, die pas tussen 1957 en 1973 daadwerkelijk werd aangelegd, had grote impact op de ontwikkeling van de stad. Vooral aan de noord- en oostkant werden er wijken als het Lage Land en Ommoord tegenaan gevlijd, later vulden de restruimtes tussen woonwijken en snelweg zich met autosloperijen, volkstuinen, sportvelden, zoomparken enzovoort.
Ruitverzakking
Eind 2024 werd de A24 van Vlaardingen naar Rozenburg geopend en toen reikte de Ruit aan de westkant ineens tot diep in de petrochemische havens. De Ruit was een derde langer geworden, maar behield daarbij wel haar min of meer rechthoekige vorm. Eind dit jaar was de noordkant aan de beurt: de A16 werd bovenlangs het vliegveld doorgetrokken tot de A13 en ‘De Groene Boog’, zoals de verlenging ook wel heet, maakte de ruit nog eens tien procent langer, maar tastte ook de vorm aan: nu is het een ruit met rechtsboven een bult.
De twee extra verbindingen van de nieuwe Ruit creëerden vier knooppunten: in het verre westen werden twee nieuwe aangelegd, aan de noordkant kwam er één nieuwe bij, Zestienhoven, en werd er één ingrijpende verbouwd: het Terbregseplein. Door de extra tak aan de noordkant veranderde deze knoop in de Duitse terminologie van een Autobahndreieck in een Autobahnkreuz.
Als enige van de vier knooppunten wordt het vernieuwde Terbergseplein aan alle kanten ingesloten door de stad en dus biedt het een uitgelezen kans om te kijken wat deze ‘ruitverzakking’ voor Rotterdam betekent. Twee Rotterdamse ambtenaren van de Directie Stedelijke Inrichting zijn bereid me te vergezellen bij een wandeling rond de knoop: landschapsarchitecten Yolanda Boekhoudt en Sander Klaassen. De eerste is als senior verantwoordelijk voor de noordrand van de stad, de andere als expert voor de hele stad. En beiden zijn ze nieuwsgierig naar dit stuk van hun stad waar de doorontwikkeling pas aan het begin staat.
Koperkwartier
We hebben afgesproken op Rotterdam Alexander. Net als het Zuidplein moet deze ov-knoop uitgroeien tot een stedelijk centrum, zodat Rotterdam een polycentrische stad wordt. De drie shopping malls ten zuiden van het station, die samen het grootste winkelgebied van Nederland vormen, laten we voor wat ze zijn en we verlaten het station aan de noordkant, steken het bovengrondse metrospoor over, dan de drukke Prins Alexanderlaan en kruisen de stroom scholieren die vanuit het Zadkine en het Albeda naar het station lopen. Want Alexander is niet alleen een winkelknoop, maar ook een onderwijsknoop. En een uitgaansknoop, al wil het niet echt vlotten met de koepeldiscotheek naast het Albeda, in 2024 werd ze voor de zoveelste keer op last van de gemeente gesloten.
Meteen achter het Zadkine begint bedrijventerrein Hoofdweg, een strook autobedrijven, opslagruimteverhuurders, fitnessclubs, warmtestations en sloperijen, die ligt ingeklemd tussen de Hoofdweg aan de zuidkant en de spoorlijn en de A20 aan de noordkant. Maar Boekhoudt gebruikt de toekomstige naam al: Koperkwartier. Ik spits mijn oren: het aanhangsel ‘kwartier’ betekent meestal dat er iets hips en urbaans aan de man moet worden gebracht. En inderdaad: het versleten bedrijventerrein moet transformeren tot een gemengd woonwerkgebied dat vooral aan de kant van het station hoogstedelijk moet worden.
Autoland
Twee infrastructurele ingrepen liggen aan dit plan ten grondslag: de ontlasting van de A20 dankzij de nieuwe knoop en de daarmee samenhangende vermindering van herrie en fijnstof, en de bouw van een nieuwe brug over de Maas met de daaraan gekoppelde snelle trambaan van het Zuidplein naar de Alexanderknoop. Het is een zaak van de lange termijn: in eerste instantie zal de tramlijn tot Kralingse Zoom reiken, pas daarna zal ze worden doorgetrokken tot station Alexander.
Voor een stedenbouwkundig plan is het nog veel te vroeg: ‘Het zijn allemaal particuliere kavels, dus dat maakt een top-downplan met eindbeelden heel lastig.’ Klaassen vult aan: ‘Tegelijk is dit is de een-na-laagste polder van Nederland, het peil is -5,7 meter en er zal dus veel zand op moeten, en dat kan niet kavel voor kavel.’ Boekhoudt weer: ‘En we zullen veel water en groen toe moeten voegen. Kijk om je heen: alles is nu steen.’
Ja, dat het er hier weinig natuurlijk aan toegaat is moeilijk te missen: dit is autoland, er staan alleen een paar bomen bij het depot waar losgeknipte fietsen uit heel Rotterdam naartoe worden gebracht.
Gekruld fietspad
Over de ventweg lopen we de Hoofdweg af naar het westen, Boekhoudt wijst op de afwisselde bebouwing aan weerszijden: ‘Deze weg werd aangelegd bij de inpoldering van de veenplassen, het was een lint met aan weerszijden boerderijen. Later werd het een hoofdweg naar Nieuwerkerk aan de IJssel en Gouda, en weer later wikkelde die het verkeer van de A16 af. Het is dus de voorloper van de A20.’
Hoe verder we naar het westen komen, hoe meer sloperijen en hoe duidelijker het karakter van de oude polderweg nog zichtbaar is in de huizen. En dan staan we, bam, oog in oog met het knooppunt. Het bord Rotterdam met een streep erdoor benadrukt dat snelwegen en knopen van Rijkswaterstaat zijn, en niet van de gemeente.
Een week voor onze wandeling is de knoop officieel geopend en Klaassen is al door de tunnel onder de Rotte gereden – ‘Prachtig!’ –, maar dat wil niet zeggen dat alles klaar is: de oksel van de op- en afrit voor onze neus ligt nog vol zandbergen. Tussen de oprit en keurig opgestapelde sloopauto’s loopt een weggetje, het is vers geasfalteerd. Na een paar honderd meter maakt het een scherpe bocht naar links en dan staan we voor een mooi gemetseld viaduct dat onder de op- en afrit doorvoert. Nu staat er nog een bouwhek, maar straks voert het weggetje terug naar de Hoofdweg. Klaassen, een beetje verbluft: ‘Ik herken deze onderdoorgang van het fietspad dat onder en door het knooppunt bij de Van Brienenoordbrug loopt, je moet daar heel consequent de bordjes volgen anders verdwaal je, zo krult dat fietspad.’
Van oude kaarten weet ik dat ook dit een gekruld fietspad is en dat er aan de westkant van de A16 een gespiegelde versie ligt. De fietspaden dateren uit de jaren zestig, toen de A16 aan de Hoofdweg werd gekoppeld en er een veilige route moest komen voor fietsers, begin jaren zeventig werden ze opgenomen in knooppunt Terbregseplein. Nog veel later, in de jaren negentig, toen de oude afritten van de A16 waren gesloopt, kwam er aan de zuidzijde van de Hoofdweg een modern fietspad in beide richtingen te liggen en werden de krullen aan de noordzijde eigenlijk overbodig. Toch worden ze nu hersteld.
Boekhoudt is blij dat de afdeling mobiliteit van de gemeente Rotterdam in het Ontwerp‑Tracébesluit simpelweg heeft geëist dat de noordelijke fietsroute behouden blijft, Rijkswaterstaat is namelijk verplicht om de oude functionaliteit intact te houden of te compenseren. ‘Kijk’, zegt ze opgetogen, ‘dit fietspad komt met het Koperkwartier straks heel goed van pas. Misschien krijgt de wijk wel een achteruitgang die precies bij dit tunneltje uitkomt.’
Muizengaatje
Aan de andere kant van de A16 lopen we een stukje over een oud fragment van de Hoofdweg met een rijtje panden uit de jaren twintig, dan rechtsaf langs een paardenweide en zo komen we bij het punt waar straks het herstelde fietspad uit zal komen. Meteen naar rechts en we lopen een klein kampje op dat zich in de oksel van de knoop heeft genesteld.
Sophia van Griensven, een opgeruimde vrouw van begin zestig, vertelt dat hier 27 kermisfamilies wonen. ‘Vroeger stonden we op de Nieuwe Boezemstraat, aan de andere kant van de Kralingse Plas. Via het Veilingterrein zijn we hier 43 jaar geleden neergestreken. Het is een fijne plek.’ Ik tel snel terug, dat was dus kort na de aanleg van het knooppunt. Wat vindt ze van de vernieuwing van het Terbregseplein? ‘Ach, het zorgde voor overlast, maar daardoor hebben we ook een nieuwe riolering en nieuw asfalt gekregen. Maar over één ding is niet goed nagedacht: dat viaduct onder het spoor is veel te smal. Vroeger reed ik in vijf minuten naar de supermarkt in Terbregge, nu staat er steeds een file en kost het me drie kwartier.’
We lopen verder en stuiten al snel op de bottleneck waar Van Griensven over klaagt: een oud betonnen viaduct met in beide richtingen één rijbaan, een verhoogd fietspad en een trottoir van precies twee tegels breed. Een jaartal staat er niet op, maar dit muizengaatje moet uit de jaren vijftig zijn, toen het spoor hier is aangelegd.
Sectorale infra
Aan de andere kant van het spoor staan we, toch nog onverwachts, weer oog in oog met het knooppunt. De ruimte opent zich, alles is hier groot: het trottoir is driemaal breder, het fietspad tweemaal, de auto’s houden één baan, maar er zouden er in beide richtingen makkelijk twee naast elkaar passen en dan zou je nog veel groen overhouden. ‘Een gemiste kans, want een weg is zo sterk als zijn zwakste schakel’, zegt Boekhoudt als ik vertel dat Rijkswaterstaat er ook na vele gesprekken niet in slaagde Prorail te overtuigen om iets aan het spoorviaduct te doen. Een integrale aanpak blijkt zo makkelijk nog niet.
Aan de andere kant van de knoop wordt de weg weer smaller, hij wurmt zich tussen een toefje huizen links en een blokje huizen rechts door, maar zowel het trottoir als het fietspad blijven een royale maat houden. Boekhoudt vertelt dat Rijkswaterstaat daarvoor wel een strook grond heeft moeten kopen van het huis aan de linkerkant. Twee decennia geleden had de eigenaar ook al moeten inschikken, toen achter zijn huis de weg naar Nieuw-Terbregge werd aangelegd, de binnenstedelijke Vinex-locatie tussen het oude gehucht Terbregge en de A20.
Is het nu klaar met de ingrepen en kan hij rustig slapen? Misschien niet: een beetje verderop ligt een terrein van vier hectare waar misschien ooit een hoogstedelijke wijk komt. ‘Daar is wel eens aan geschetst’, vertelt Boekhoudt. Maar voorlopig is daar de grootste padelclub van Rotterdam neergestreken, met zes indoorbanen en negen buitenbanen.
De bh van het Terbregseplein
‘En hier opent zich het landschap.’ Ik kijk naar het tankstation in de bocht van de weg waar Klaassen op wijst en dan naar de grijns op zijn gezicht. ‘Ja, het is jammer dat het daar ligt, want het blokkeert het zicht op de natuur die we daarachter aanleggen.’ Boekhoudt: ‘De weg duikt hier via een tunnel onder de Rotte door. Eerst wilden we alleen veenweide maken, maar nu de weg er ligt, blijkt dat de doorzichtigheid van de geluidschermen leidt tot klachten over het schijnsel van koplampen en lichtmasten. We hebben de plannen daarom bijgesteld en nu komt er meer bos.’
Direct aan de Rotte komt nog wel een stuk veenweidegebied, en de slibdepots die voor de aanleg van het knooppunt zijn aangelegd blijven behouden. Boekhoudt: ‘Op de kades rondom de depots komen struinpaden, zo ontstaan cellen met verschillende waterpeilen en beplantingssoorten.’ Het is te hopen dat deze keuze goed wordt gedocumenteerd, want anders zullen historici later vergeefs zoeken naar de landschappelijke logica van dit gebied.
Hoe snel zulke kennis verdampt, merkte ik bij de voorbereiding van deze wandeling. Zo stuitte ik op het boek Snelweg x Stad uit 2017, waarin BNA Onderzoek de toekomst van de A20 als stadsweg verkende. En op een magazine van een kunstproject uit 2011 dat deze knoop in opdracht van Rijkswaterstaat van alle kanten belichtte. Beide doen bij Boekhoudt en Klaassen geen bel rinkelen. Enigszins verdedigend: ‘Uiteindelijk is de aanleg van een knooppunt echt een Rijkswaterstaatproject.’
Toch is het jammer, want anders hadden ze bijvoorbeeld geweten dat kunstenares Rosa Peters een bh heeft gemaakt in de vorm van de oude knoop, en wie weet hadden ze haar dan wel opdracht gegeven om een nieuwe te ontwerpen ter ere van de uitbreiding.
Vooruitziende blik
We lopen onder de verlengde A16 door via het President Rooseveltviaduct, dat is vormgegeven in de huisstijl-met-ruitjes van De Groene Boog en dat aan weerszijden niet alleen is voorzien van een tweerichtingsfietspad en een trottoir, maar ook van een ecologische verbindingsstrip met grasstenen en vleermuisvriendelijke verlichting.
Aan de andere kant stappen we de jaren zestig in: het Bloembuurtpad voert in de slagschaduw van de snelweg om een bescheiden bedrijventerrein en omgordt daarna als Grasbuurtpad de laagbouwwijken van Ommoord. Mensen laten hun honden uit, jongetjes spelen op een betonnen voetbalveldje, op een dode boom droogt een aalscholver met gespreide vleugels zijn veren, iemand heeft een paddenstoel gehakt uit een boomstronk.
Ecologische ingrepen
Klaassen prijst de kwaliteit die zo’n langgerekte groene gordel van bijna twee kilometer oplevert: ‘Je krijgt een enorm gevoel van ruimte, ook al is de strook maar zo’n vijftig meter breed. De bomen zijn al groot en het is, zo dicht bij de snelweg, nog opvallend stil ook.’ Dat de strook er al ruim een halve eeuw ligt is te danken aan het feit dat Rijkswaterstaat het grondlichaam voor de noordelijke tak al in de jaren zestig heeft gestort, ook al was er over de verlenging van de A16 nog helemaal niets besloten. De enige noodzakelijke aanpassing bleek een halve eeuw later de aanleg van een waterberging bij het Rooseveltviaduct, waarvoor een damwand moest worden geslagen.
Terwijl we verder lopen wijzen Boekhoudt en Klaassen elkaar kleine vernieuwingen aan: een strook met extensief maaibeheer, een enkel nieuw bankje in de Rotterdamse stijl ter vervanging van een oud exemplaar, een vloeiende mantelzoom tussen het gazon en de heesters, een nieuw voetgangersbruggetje, een natuurvriendelijke oever. Binnenkort willen ze er met een ecoloog doorheen lopen om verdere verbeteringen op te sporen, zoals de verwijdering van klimop en de vermindering van het aantal paden.
Als we de groenstrook bij de Prins Alexanderlaan verlaten, wijzen ze op de ecologische inrichting die de weg aan deze kant van de A20 heeft gekregen. De groene ruimte tussen weg en fietspad dient als waterberging en de middenberm wordt maar twee keer per jaar gemaaid. Klaassen: ‘De eerste meter vanaf het wegdek houden we wel kort. Niet alleen vanwege de verkeersveiligheid, maar ook omdat het er dan verzorgder uitziet, dat vinden mensen belangrijk.’
Volkstuin op de wip
Het is nog maar een klein stukje naar het station, maar er staat nog een korte omweg op het programma: het volkstuinencomplex dat zich tussen spoorlijn en snelweg heeft genesteld en dat naar het westen helemaal doorloopt tot de knoop. Dit is Amateur Tuinders Vereniging Ommoord, ruim een kilometer lang en slechts 150 meter breed.
Het hek staat open, tussen zonsopkomst en zonsondergang zijn bezoekers welkom. Terwijl we over het langgerekte terrein lopen, vertelt Boekhoudt dat de gemeente de barrière van spoor en snelweg wil verminderen. Ter hoogte van de volkstuin zou er minstens één tunnel moeten komen om het Koperkwartier aan de zuidkant te verbinden met Ommoord in het noorden, maar ze hoopt dat het er meer zullen worden.
Een stuk minder loslippig is ze over de toekomst van de volkstuin zelf, want ‘dat ligt allemaal erg gevoelig.’ De reden voor haar stilzwijgen is de ophef die ontstond toen de gemeente in 2023 aankondigde dat Ommoord en twee andere volkstuinencomplexen aan de oostflank over tien jaar mogelijk moeten wijken voor woningbouw.
Hoe het verdergaat? Niemand die het weet, maar de historie laat zien dat infrastructuur de ontwikkeling van de stad diepgaand beïnvloedt en dat de gemeente daarin volgend is. De komst van de Ruit rond Rotterdam zorgde dat de wijk Ommoord werd gebouwd en dat in haar kielzog de gelijknamige tuindersvereniging ontstond. Zo zal de Alexanderknoop de komende jaren tot bloei komen doordat het nieuwe Terbregseplein de A20 ontlast, en door de geplande sneltram naar het Zuidplein. Ook het volkstuinencomplex zal hoe dan ook veranderen als hier het Hart van Oost ontstaat.
Feiten
- Naam: Terbregseplein (naar het voormalige buurtschap Terbregge ten noordwesten van de knoop)
- Opening: oktober 2025 (de eerste versie stamde uit 1973)
- Soort: sterknooppunt
- Lengte wandeling: 7,1 kilometer, waarvan 1 procent onverhard
- Panorama’s: bedrijventerreinen, woonwijken en volkstuinen
- Startpunt met ov: station Rotterdam Alexander
- Laadpaal elektrische auto’s: Prins Alexanderplein (Rotterdam Square Four, NRG Accounting)
- Bankjes: in de groenstrook tussen A20 en Ommoord en op Amateur Tuinders Vereniging Ommoord
- Eten en drinken: aan de Koperstraat zit Eetcafé Pr. Alexander (tot na middernacht geopend) en verder herbergt shopping mall Alexandrium 29 restaurants
- Bijzonderheden: het Terbregsepad is een gekruld fietspad met fraai gemetselde viaducten
Route
- De route staat op Komoot
