• Een glimmend aluminium geluidsscherm omlijst de noordelijke A10 als de steile wand van een wielerbaan. Van nabij blijkt het metaal dof en roetig, de klimop op de stalen rekken is deels verpieterd.




  • Een doodlopende weg tussen de rioolzuivering en het Buiten-IJ is hun afwerkplaats. Geen bushokjes zoals op de gedoogzone aan de Theemsweg, maar een ‘calamiteitensteiger’ van Rijkswaterstaat.




  • Mosselen moeten levend de pan in, dus liggen de beestjes thuis in de koelkast nog zachtjes te ademen. Daarbij lekken ze water, dat wegloopt door de gaten in de traditionele plastic zak. Gevolg: ondergelopen tassen en groentenladen.




  • Het ontwerp van zendmasten voor mobiele telefonie is het domein van techneuten. Een gunstige uitzondering is de mast in het Groningse dorp Zuidlaren. Libertel kreeg een bouwvergunning op voorwaarde dat ze een architect inschakelde.




  • In Utrecht is een fototentoonstelling over de lelijke plekken in de stad. Niet iedereen blijkt zich aan lelijkheid te storen. ‘Ook de rafelranden verdienen bescherming, anders is er niets meer te dromen.




  • Fietsend over de Prinsengracht begin je voorbij de Westerkerk het water te voelen, de open lucht, de wijdsheid van het IJ. Noord kondigt zich aan, en daaraan ontleent de massieve gereformeerde klomp van een kerk aan het grijze plein zijn naam.




  • De IJ-tunnel is een autotunnel, maar hij doet me vooral denken aan de skaters die er een aantal jaren geleden over elkaar heen buitelden en dat vervolgens met letselschadeadvocaten in klinkende munt probeerden om te zetten.




  • Eindhoven is nog steeds de meest Amerikaanse stad van Nederland. Dat merkte Tijs van den Boomen toen hij een paar maanden naar zijn geboortestad terugkeerde om een boek over de stad te schrijven.




  • Eind dit jaar worden de eerste geautomatiseerde seniorenwoningen opgeleverd in het Brabantse Oss. Met één knop zet je zo’n huis in de nachtstand: de lichten en keukenapparatuur gaan uit, het alarm gaat aan.




  • Met een plastic glimlach serveren stewardessen de plastic dienbladen met plastic bakjes eten.




  • Computers, keukenmachines en zelfs schemerlampen worden steeds geavanceerder, maar de stroomvoorziening blijft vooroorlogs. Door-en-door vormgegeven apparaten worden overwoekerd door een struikgewas van snoeren.




  • Na de mijnsluitingen bleef er weinig over van de welvaart in Heerlen. Hoge werkloosheid, een bevolking die het gemeentelijke bestuur wantrouwt, betonbouw en machtige projectontwikkelaars bepalen de sfeer. De stad krabbelt echter langzaam uit het dal.