• Winkelcentra willen alleen hun binnenkant laten zien: de etalages, de overdekte terrassen, de palmbomen in terracotta potten. Maar er is ook nog een buitenkant, waar de winkels met hun kont naartoe liggen. Tijd voot een – letterlijke – rondwandeling.




  • Monumenten – dat waren altijd vooral oude kerken en zeventiende-eeuwse panden met mooie geveltjes. Maar ook steeds meer steenfabrieken, watertorens, pakhuizen en rijstpellerijen worden van de slopershamer gered.


  • Afscheid


    Hij had het hier in Nederland wel gezien: te druk, te vol. En dus ging hij emigreren. Naar Noorwegen, daar was tenminste ruimte. En daar hadden ze nog normen en waarden, Balkenende had niet voor niets de Noren om advies gevraagd.




  • De kermis heeft gelovigen en socialisten getrotseerd, maar dreigt nu aan ambtenaren ten onder te gaan. De exploitanten laten zich niet kisten. ‘Als de winter voorbij is, ben ik net een koe die dansend de wei in gaat.


  • Almere


    Het gaat redelijk goed met Almere, de vooruitgang ligt iets boven het Nederlands gemiddelde. Opvallend is de ‘beperkt negatieve ontwikkeling’ in het centrum, dat komt verder nergens voor.


  • Groningen


    Verhoudingsgewijs was de leefbaarheidwinst in Groningen het grootste: er wonen nu vijfmaal minder mensen in een ‘matige’ of ‘negatieve’ omgeving dan tien jaar geleden. Vooral het centrum en de noordoostelijke wijken profiteerden hiervan.


  • Breda


    Het centrum van Breda ontwikkelt zich voorspoedig, net als de buurten vlak daaromheen, maar ten noorden van het spoor loopt de leefbaarheid terug. De stad scoorde daardoor flink onder het gemiddelde van de 25 onderzochte steden.


  • Nijmegen


    Het aantal inwoners in een omgeving met leefbaarheid ‘matig’ of minder daalde van een op de drie naar een op de tien. Alleen Groningen deed het beter. Het centrum en de wijde omgeving profiteerden, Dukenburg blijft wat achter.




  • Utrecht, dat zijn de twee schoorstenen van elektriciteitscentrale Lage Weide. Want voor de rest zie je vanaf de snelweg bijna niets van de stad. Wat rommelige bedrijfsdozen, een onsmakelijk wegrestaurant, een kop koffie op een reclamezuil.




  • Deel 3: Zweden (vervolg). Met een shovel harkt Lars Adebring het erf van zijn autosloperij aan, zijn grote lijf baadt in het zweet.




  • Auto’s worden steeds vaker opgeborgen in ondergrondse garages. Een logische plek voor vierwielers, maar veel mensen voelen zich daar onveilig. De nieuwe generatie garages moet daarin verandering brengen. Een verkenning in Nijmegen.




  • Dagjesmensen kwamen er bij de bouw op af, verbaasd over de grootsheid. Nu sta je er in de file of je woont er: aan het Rotterdamse Kleinpolderplein.