• Grote lijnen


    Ik ga op het betonnen bankje zitten dat er van gemeentewege is neergezet en probeer me het landschap uit 1950 voor ogen te halen, het jaar waarin de gelovigen van de parochie Strijp het kapelletje voor Moeder Maria ter Welschap bouwden.


  • De groene rivier


    Je verwacht hier eindelijk de stenen kademuren aan te treffen die je met een stad associeert – of zoals J.C. Bloem dichtte ‘De in kaden vastgeklonken waterkant’ – maar in plaats daarvan worden de oevers drassig en zompig.


  • Het landgoed dat zich van de toekomst afwendde


    Landgoed Schothorst draagt de sporen van vele tijdvakken. De dekzandrug die het park doorkruist is zeker twaalfduizend jaar oud en in een oude waterput zijn bij opgravingen schoenen uit de twaalfde of dertiende eeuw gevonden.


  • Amersfoort Centraal


    Omwille van de stations Amersfoort Vathort en Amersfoort Schothorst zou het hoofdstation eigenlijk Amersfoort Centraal moeten heten, maar die stoere, stedelijke benaming kon er bij de NS niet af. Net zo min als je Groningen Centraal hebt.


  • Het oog op het IJ


    Dit voorjaar verrees een groot reclamebord voor mijn neus, net naast de aanlegsteiger van de pont. Het oog op het IJ stond erop.




  • Ruim zevenduizend hoogspanningsmasten staan als prehistorische staketsels verspreid over Nederland. Ze lijken afkomstig uit een reusachtige meccanodoos: de ijle constructies bestaan bijna geheel uit hoekprofielen en bouten.




  • Glunderend giet Arnout Visser (35) rode azijn in de glazen kolom met olie. Azijn- en oliedruppels wervelen door elkaar en langzaam trekken de vloeistoffen zich terug op hun eigen helft, een strakke scheidslijn achterlatend.




  • Stekker + draad + fitting = lamp, dat is de formule die ten grondslag ligt aan de Watt-lamp. De draad van een halve meter is stijf en buigzaam tegelijk en kan in elke vorm worden gebogen. Spiralen, haakse bochten en glooiende curves blijven keurig zitten.




  • Op de snelweg is niets te zien. Dus schakelen we terug naar een half wakende, half slapende toestand en komen pas onder aan de afslag weer bij onze positieven. Maar is de snelweg wel zo saai?




  • Een blonde hooggetoupeerde dame hijst schielijk een jarretel op, een zoete parfumwalm drijft uit het open raampje. De dikbuikige bestuurder beëindigt laconiek zijn mobiele telefoontje: ‘Zeg maar hoeveel de schade bedraagt.’




  • De nacht verleent knooppunt De Nieuwe Meer grootsteedse allure. In drie lagen zwieren verlichte asfaltbanen als slierten tagliatelle over elkaar, trein en metro schieten er als mobiele uitstalkasten doorheen.




  • De moderne toerist gaat naar steeds exotischere bestemmingen, op zoek naar de plek ‘waar nog nooit een toerist is geweest’. Voor de massatoerist haalt hij zijn neus op.